Iets boven Fornesighe, in het bos aan de beek Cervegana, ligt Arsiera. De huizen staan er nog, maar al lang woont er niemand meer. Wie erheen wandelt, beleeft een stuk Zoldo-geschiedenis dat je anders alleen uit boeken kent.
Een dorp van mijnwerkers
De naam Arsiera hangt samen met de mijnbouw. Boven het dorp, op de helling van de Col Dur, werden galeniet en zinkblende gewonnen, ertsen voor lood en zink en niet voor ijzer zoals in de rest van het dal. De mijngangen zouden tot ongeveer 1880 in gebruik zijn geweest. Daarna leefden de mensen van weiden, vee en bos en werd Arsiera een zomerdorp waar de families met hun vee naartoe trokken.
Waarom Arsiera verlaten werd
Met het einde van de mijnbouw en later de emigratie van veel Zoldanen als ijsmakers liep het dorp leeg. Tot halverwege de 20e eeuw woonden er nog mensen, toen verliet de laatste bewoner zijn hoeve. Sommige bronnen verbinden het definitieve einde met de grote overstroming van november 1966, die het hele dal trof, maar dat is niet zeker vastgelegd.

De wandeling
Startpunt is de Ponte Cervegana (ongeveer 1.120 m) aan de weg naar de Passo Cibiana, zo’n twee kilometer na Fornesighe. Een makkelijke bosweg volgt de beek omhoog naar het dorp. De tocht is eenvoudig, heen en terug ben je ongeveer twee uur onderweg. Onderweg kruis je de Via del Ferro, het ijzerpad dat aan de mijn- en smedengeschiedenis van het dal herinnert. Een beschrijving staat op dolomiti.org, met foto’s op La Traccia.
Met respect
De oude huizen zijn privébezit en deels bouwvallig. Ga niet naar binnen, neem niets mee en betreed de mijngangen in geen geval.
Meer over de mijn- en smedengeschiedenis op de pagina Geschiedenis.